REIN TUPKER

Sinds 1982 voert Rein Tupker zijn Sier/kunstsmederij in Soest in Nederland. Hij begon in 1978, op 21-jarige leeftijd, als leerling in de kunstsmederij van Tim Vos. Al een jaar later behaalde hij zijn diploma als hoefsmid en volgde meerdere tekencursussen. “De liefde voor het smeedhandwerk heeft in mij de kunstenaar wakker gemaakt en geeft me heden ten dage de mogelijkheid mijn talent als kunstenaar verder te ontwikkelen en uit te voeren”, vat Tupker vanaf 1961 zijn innerlijke drang samen, die zijn huidige “Sier/kunstsmederij” tot een van de meest toonaangevende smeedwerkplaatsen van Nederland tot gevolg heeft gehad. Een inschatting die het lid van het Nederlands Gilde van Kunst NGK deelt met talrijke collega’s.
“De liefde voor het smeedhandwerk heeft in mij de kunstenaar wakker gemaakt.”
De kracht van smederij Tupker ligt op het architectonisch gebied. Het aantal tuinhekken, traphekken, raambeveiligingen, maar vooral de grote toegangspoorten die in de bijna 30 jaar de werkplaats verlaten hebben, is enorm. Als inspiratiebronnen voor zijn vormgeving noemt hij in het algemeen de Jugendstil en Antoni Gaudi,. De uitvoering spreekt boekdelen over de fantasie van de meester.
“Ik word geïnspireerd door de natuur en door andere smeden. Een combinatie van beiden, waarmee ik steeds weer experimenteer, me erin verdiep en zo weer een nieuwe creatie laat ontstaan, dat geeft de genoegdoening in ons werk”, zegt Tupker. Dat uit zich ook in de waterpartijen, bronzen bronnen, zonnewijzers, woonaccessoires en sculpturen, waar tal van voorbeelden te zien zijn in de showroom, voor de smederij. Het innerlijk enthousiasme en bezieling van zijn handelen is in al zijn uitspraken te voelen, hij prijst zich gelukkig dat zijn inspiratie niet uitdooft.
“Iedere keer weer, bij ieder project, heb ik weer nieuwe ideeën. En eigenlijk klopt het bij ieder project weer”, zegt hij zonder valse bescheidenheid. Terecht dat inmiddels de jaren, waarin hij vormgeeft, ontwerpt en smeedt hem “tot een tevreden mens hebben gemaakt, bij wie het vuur nog lang niet is uitgeblust. Dat garandeert mij de liefde voor mijn vak.”
